De genealogie van de familienaam Clauwaert door de eeuwen tot op vandaag
1. De theorie.
 Het feit dat Jacob de functie van Amman bekleedde includeert dat:
A. Jacob uit de betere kringen kwam, kan lezen en schrijven en over een zekere educatie beschikte.
B. Jacob, wanneer hij in 1477 amman wordt, geen broekje meer is maar een man van 30 tot 40 jaar.
C. Jacob, wanneer hij verbannen wordt, bijna zeker een gezin en kinderen had en die met hem meegingen in balling.
 
De balling was een uitbanning uit het graafschap Vlaanderen.
Waar kon men dan heen?
De keuze was zeer eenvoudig, men kon naar Frankrijk (ongeveer 70km), naar Engeland (over de zee) of men kon de taal dezelfde houden en ofwel naar Holland of naar Brabant gaan.
Het dichtste was Brabant en de eerste gemeente over de grens is Hekelgem.
Ging hij naar Hekelgem? 
Indien hij zich inderdaad in Hekelgem vestigde met zijn gezin en, na 15jaar kon terugkeren naar Gent, dan kunnen zijn kinderen die normalerwijze bij zijn balling tieners waren, daar reeds een eigen gezin gehad hebben en er achter gebleven zijn.
De theorie is dus dat Jacob de oervader kan zijn van de stam Hekelgem.
 
2. Verbanning
In 1480 gebeurt het volgende:
Item, up Sente Jansavont uutgaende Ougst, was Jacob Clauwaert als Amman ghebannen 50 jaer uuten lande ende graefschap van Vlaenderen, omme dat hy contrarie den previlegie meer ghenomen hadde van den ghevanghene dan hy behoorde te nemene.
(Maatschappij der vlaamsche bibliophilen 2de serie nr 15; Memorieboek der stad ghent van ’t j 1301 tot 1737; gent; drukkerij van c.annoot-braeckman 1852, deel 1, p 317)
Onze Jacob was “stout” geweest en werd gestraft: voor 50 jaar verbannen
 
  • Hekelgem?
De theorie dat Jacob naar Hekelgem kwam is niet zo stom, Brabant was het dichtste bij, een 24 km tot Aalst en dan nog een vijftal km tot Hekelgem.
Dat dit geen dagdromen is blijkt uit het feit dat Julius een boek vond waar men, om de invloed van Gent op de omgeving aan te tonen, er naar refereert dat de krijgsmacht van Gent regelmatig de orde moest komen herstellen in Aalst en Dendermonde wanneer de gentse bannelingen het er te bont maakten.
(Geld en Macht, de Gentse stadsfinanciën en de Bourgondische staatsvorming 1384-1453, Marc Boone, Gent – Maatschappij voor Geschiedenis en Oudheidkunde, 1990)
 Kwam Jacob zijn balling doorbrengen in de omgeving van Aalst?
Daar hij van de betere klasse was vermoed ik dat Jacob zijn heil eerder ging zoeken bij de abdij van Affligem.
 
  • De terugkeer
 In 1494 wordt Filips de Schone meerderjarig verklaard en hij wordt Graaf van Vlaanderen en dan gebeurt het volgende:
 Item, de ballinghen hadden gratie alle de ghuene die huerlieder tytele overgaven binnen vi weken, ende niet anders, ende ontfinc hertoghe Philips Vlaenderen.
Memorieboek der stad ghent van ’t j 1301 tot 1737 p 317
 En Jacob, hij keerde terug.
 
  • ’s Heeren Kiezer
 Hij wordt in 1495 door de Graaf van Vlaanderen benoemd tot ’s Heeren kieser. Dit is een zeer belangrijke functie. De graaf duidde 4 personen aan (’s Heeren kiesers) en de zetelende schepenen mochten uit de magistraten ook 4 personen aanduiden (der stede kiesers). Dit college van 8 personen moesten de 13 Schepenen van der Keure en de 13 Schepenen van Ghedeele voor één jaar aanduiden.
De Schepenen van der Keure waren de belangrijkste schepenen: zij hadden de wetgevende, de rechterlijke en de bestuurlijke macht in de stad Gent.
Memorieboek der stad ghent van ’t jaar 1301 tot 1737, deel I, p 367.
 
  •  Passchijne Clauwaert
 In de indices op de staten van goed van de gemeente Lede (uitgave De Brouwer), vinden we onder de jaartallen 1512-1513 de Staat van Goed van Clauwaert Passchijne, weduwe van Gillis van Oost, dochter van Jacob.
Hierbij staat genoteerd dat deze staten van goed in de “registers van Gedele” van de stad Gent genoteerd zijn.
Jacob wordt erin vernoemd als ” eerste man van Liesbette van de Meere”, hij moet dus voor deze datum gestorven zijn.
De “registers van Gedele” is hoogstwaarschijnlijk een schrijffout, in Gent bestonden de “Schepenen van Ghedeele” en de registers van deze schepenbank.
Eerste tegenslag, op maandagavond is het lokaal van de heemkundige kring te Lede open en daar de aantekening in ons notitieboek reeds jaren oud was werd toch nog eens de oorsprong van deze notitie nagekeken en, in dezelfde bundel bevonden zich de Staten Van Goed van Lede en de indices op de Registers van Gedele 1511-1512 en 1512-1513.
Passchijne komt niet voor in de Staten van Goed maar in de Registers van Gedele.
Deze bevatten naast de verslagen van de schepenkamer ook de Staten van Goed.
Het is nu wachten tot we de tijd vinden deze te gaan raadplegen.
 
  • Registers van Ghedeele
 Een eerste controle door Julius leerde ons dat Jacob in 1502 Schepene van Ghedeele was maar zijn ambt van één jaar niet volbracht, hij moet in dit jaar gestorven zijn.
In de registers staat genoteerd “over Jacop Clauwaert Pieter de Hamblain”
Pieter de Hamblain heeft dus hem vervangen in dit ambt.
Dit gebeurde enkel indien een schepene tijdens het uitoefenen van zijn functie overleed.
Onze Jacob is dus overleden in zijn werkjaar, tussen 15 augustus 1501 en 14 augustus 1502
Het wordt nu uitkijken of deze registers ons iets meer kunnen vertellen en waar we deze SVG kunnen vinden, de jacht gaat door.
 
  • Huwelijksceremonie van hertogin Margareta en hertog Karel
 In de “HANDELINGEN VAN DE LEDEN en VAN DE STATEN VAN VLAANDEREN (1467-1477)” Excerpten uit de rekeningen van de Vlaamse steden, kasselrijen en Vorstelijke ambtenaren door Willem Pieter Blockmans, 1971, vinden we volgende passage over de de huwelijksceremonie van hertogin Margareta en hertog Karel:
Item Janne van Vaernewijc, Lievin de Pottere, Michiel van den Overloope, scepenen van der Kuere, Janne Utenhove f. Jacops, Heinric Papal, JooS van Wijchuus, scepenen van Ghedeele, Jan van den Poele f. Jans, deken van den neeringhen, Lievin de Bels, deken van der weverijen, Boudin Goethals,pencionaris van der Kuere, Thomaes van der Stichelen, tresorier van deser vorn. stede, Jan van der Meere, Heinric van der Beken, Pieter de Wintere, serganten van der Kuere, Goessin de Brune, Heinric Scunaert ende Pieter van Boven, boden, Symoen van den Bossche. Zegher van den Velde, messagiers, zes trompetten, ende Jacop Clauwaert, coninc met tween van zijnen kindren, van dat zij gheweest hebben te Brugghe metten andren drien Leden van daer ter Sluus, omme metgaders den prelaten ende edelen van den lande van Vlaendren te helpen ontfane onzer harder gheduchter vrauwen ende princessen der hertoghinnen van Bourgoignen etc., doe ze eerst int land quam; ende van der Sluus wederomme te Brugghe ter feeste van onsen hardengheduchten heere ende prince ende vrauwe zijnder gheselvede vorn. Trocken wech den 26en dach van wedemaent ende quamen weder den 6en dach van hoymaent, bedraghende de vors. rede int gheheele naer tverclaers van den papiere bij den vorn. tresorier daeraf overghegheven.
 
Hieruit blijkt ook dat Jacob een belangrijk man was, hij vertegenwoordigde Gent bij dit huwelijk, liep achteraan in de optocht (was dit een teken van belangrijkheid?) en was vergezeld door 2 van zijn kinderen. Het feit dat zijn vrouw niet vernoemd wordt en men spreekt over twee van zijn kinderen betekend volgens ons dat hij meer kinderen had en de vrouw met de jongere kinderen thuis gebleven is.
 
  • De indices op de registers van Ghedele
 In het stadsarchief van Gent zijn er een reeks indices op de registers van Ghedele beschikbaar.
Eerste werk was alle indices tussen het werkjaar 1501-02 en 1511-12 na te kijken.
Jacob is inderdaad in het werkjaar 1501-02 overleden en de registers moeten zijn SVG bevatten: dit betekend dat hij op dat ogenblik nog minderjarige kinderen had.
Een eerste onderzoek van de registers van 1501-02 heeft ons nog niet veel wijzer gemaakt, de bewuste pagina is weliswaar gevonden maar blijkt op de microfilm lezers zeer slecht te ontcijferen.
Een kopie op een lezer waar men kan fotokopieën nemen gaf alleen een nog slechter leesbaar papier….
Voorlopig hebben we nog maar enkele zaken kunnen ontcijferen.
Er wordt slechts over één kind gesproken: Paesschijnkin, de afkorting voor Passchijne. Passchijne moet op dat ogenblik nog minderjarig geweest zijn (minder dan 25 jaar)
In de registers van 1511-1512 komt dan het overlijden van Passchijne, echtgenote van Gilles Van Oost.
De weduwe van Jacob was blijkbaar hertrouwd, over hem wordt gesproken als de “eerste man” van Lisbette van de Meere.
Van de kinderen die in 1468 vernoemd worden is hier geen enkel spoor. Was dit enkel omdat ze reeds meerderjarig waren of waren ze achtergebleven gedurende de verbanning?
 
In de jaren 1500 verliep de verdeling van een erfenis blijkbaar niet van een leien dakje. In de registers van 1502-03 en 1503-1504 vinden we ook de SVG van Jacob terug. Blijkbaar was de verdeling nog geen feit en werd dit door de schepenen in het oog gehouden.
Waar het SVG in 1501-02 een halve bladzijde in beslag nam is dit in 1502-03 en 1503-1504 nog slechts enkele lijnen. Er is nu sprake van een vooght voor Passchijnkin: Jan de Meesstere, oom en vooght”.
Hoogst de broer van haar moeder (na te kijken).
In 1503-04 is er zelfs sprake een andere Clauwaert, familie van Jacob: Pieter Clauwaert.
Dit zou kunnen een teken zijn dat de theorie van Hekelgem klopt, de eerstgeboren zoon werd naar de grootvader genoemd en in Hekelgem hebben wij een dynastie van Peter of Pieters.
Raar is dan wel dat we in Hekelgem geen enkele Jacob vinden.
 
  • Gedachten
 Wanneer we weten dat Jacob in 1468 kinderen had van 10 tot 15 jaar kunnen we aannemen dat zijn vrouw dan 30 tot 35 jaar oud was of rond 1530-35 geboren is.
Blijkens de SVG van Passchijne is ze tussen 1502 en 1511 hertrouwd hoewel ze dan reeds ongeveer 70 jaar oud was. Dit lijkt me onwaarschijnlijk voor die tijd, te meer daar Passchijne in 1502 nog minderjarig is. Indien Lisbette de eerste vrouw was van Jacob was ze bij de geboorte van Passchijne minimaal 50 jaar oud.
Waarschijnlijker is dat Jacob weduwnaar geworden is rond of kort na 1580 en hij hertrouwd is met Lisbette.
Het wordt dan ook waarschijnlijker dat de kinderen uit het eerste huwelijk achtergebleven zijn na de verbanning en Lisbette hem enkel met haar dochter Passchijne gevolgd is. Zijn daarom geen andere kinderen in de SVG opgenomen?
 
3. De feiten over Jacob.
  •  1468: Jacob gaat met 2 van zijn kinderen naar het huwelijk van de huwelijksceremonie van hertogin Margareta en hertog Karel
  • 1468: Jacob is “coninc”
  • 1477: Jacob wordt Amman
  • 1480: Jacob wordt verbannen
  • 1494: Jacob krijgt asiel en keert terug naar Gent
  • 1495: Jacob wordt aangesteld als ‘s Heeren Kiezer
  • 1502: Jacob wordt Schepen van De Keure
  • 1502: Jacob overlijdt
  • 1511: Passchijne overlijdt
Jacob was getrouwd met van Liesbette van de Meere die na zijn dood hertrouwde.
Jacob heeft minimum 1 kind: Passchijne (zie 2.e.)
Passchijne was reeds weduwe bij haar overlijden maar heeft nog minderjarige kinderen (er werd een SVG opgesteld) (zie 2.f.)
Jacob trouwde vóór 1467.
Hij had dan reeds minimum drie kinderen. (zie 2.h, “met tween van zijn kindren”).
We kunnen deze trouw zelfs nog verder achteruitschuiven tot vóór 1458 daar we kunnen aannemen dat de vrouw met de kleinere kinderen thuis bleef en de kinderen die met hem meegingen zeker reeds voor zichzelf zorgen konden en dus 10-14 jaar oud waren.
Jacobs geboortedatum komt hierdoor vóór 1430 te liggen.

 Zie ook: