De genealogie van de familienaam Clauwaert door de eeuwen tot op vandaag

Tijdens diverse opzoekingswerken in verband met het ontwerpen van een familiewapen en gecombineerd met de naamverspreiding en het ontstaan van de naam Clauwaert, en ik verwijs naar het artikel op de website www.clauwaert.be onder de benaming: “Geschiedkundige misvatting?”, kwam ik tot enkele zeer markante vaststellingen.

De vraag die zich daarbij stelde was of de Vlaamse Leeuw zo Vlaams was als hij beweerd werd te zijn of in principe alleen moest beschouwd worden als een symbool vertrekkende van Gwijde van Dampierre (1225-1305) die graaf was van Vlaanderen en die een wapenschild voerde met de klauwende zwarte leeuw.


schild-vlaanderen

Zijn zoon Robrecht III van Béthune was graaf van Nevers (1273-1280) en ook graaf van Vlaanderen (1305-1322) als opvolger van zijn vader. Hij was duidelijk onder franse invloed opgevoed. Deze verfransing loopt verder in de geschiedenis want één van de volgende graven Lodewijk van Nevers was niet alleen graaf van Vlaanderen maar ook graaf van Nevers en graaf van Rethel. Hij huwde met een Margaretha, die dochter was Filips van Frankrijk en de laatste graaf in deze samenvattende verhandeling is Lodewijk van Male die niet alleen graaf van Vlaanderen, van Nevers en van Rethel was maar hij droeg ook de titel van graaf van Artois en van 1382 tot 1384 graaf van het vrije graafschap van Bourgondië.

De opstand van Vlaanderen, meer bekend onder de benaming de Guldensporenslag, was een lokale zet van de graaf Gwijde van Dampierre zelf om het graafschap Vlaanderen volledig te verwerven maar ook om onder het Frans bewind uit te raken.

Nochtans bleef tijdens deze periode het Frans als voertaal in gebruik en in de jaren na 1302 neigde de aantrekking méér naar Frankrijk dan naar de omliggende gebieden, die zoals later zou blijken, meer neigden naar Engeland. Van een Vlaamse taal was toen geen sprake, alle notulen en geschiedschrijving gebeurde voornamelijk in het Latijn of in het Frans.


Het ontstaan van de naam Clauwaert?

De weerslag van de overwinning in de Guldensporenslag was echter ook merkbaar te Gent waar de ambachten toen toegang kregen tot het stadsbestuur.

Tussen 1319 en 1337 wist het stadspatriciaat opnieuw de macht te verwerven. Gent nam op dat ogenblik ook geen deel aan de opstand van Brugge en de kuststreek tegen de graaf Lodewijk van Nevers.

In die periode was de Engelse rijkdom gebaseerd op de export van hun wol naar de lakensteden. In die optiek moet dan ook de steun van Edward III, koning van Engeland, aan Robert van Artois bekeken worden in zijn opstand van de Vlaamse steden, opstand die geleid werd door Jacob van Artevelde tegen graaf Lodewijk van Nevers. Dit is logisch want de schoonmoeder van Edward III was Jeanne van Valois.


Op die wijze verkreeg hij een gebied dat hij steunde tot bondgenoot om het te kunnen losmaken van de Franse invloed. Het past hier te verwijzen naar het wapenschild van Edward III, als koning van Engeland.

edward

Het is een samenstelling van de drie Engelse leeuwen en de Franse lelie. Dit is niet verwonderlijk en ook logisch om reden dat zijn moeder Isabella van Frankrijk was en hij bovendien gehuwd was met Philippa van Henegouwen, deze laatste geboren te Mons. Onder zijn kinderen vinden wij een Jan van Gent (aldaar geboren) en ook een Lionel van Antwerpen (ook daar geboren).jan

De betrokkenheid en de Engelse invloed in het oostelijk deel van Vlaanderen tot aan Antwerpen is hiermee aangetoond.

Omdat de economische situatie verslechterde werd het streven van de stedelijke autonomie hervat. Dit resulteerde, buiten de 100-jarige oorlog, in enkele nieuwe lokale opstanden tegen het nog aanwezige maar reeds verzwakte franse gezag. Voorbeelden daarvan zijn o.a. de opstand van Klaas Zanekin, die in Brugge tussen 1323 en 1328 een opstand heeft geleid.

In Gent moesten we wachten op Jacob van Artevelde, en later zijn zoon Filips, om een opstand te vinden geleid door de wevers.

Wanneer dan Edward III, koning van Engeland, een embargo plaatste op de export van wol en andere producten kwam een groot deel van de lakennijverheid en de wevers stil te liggen, zodat er een revolutie uitbrak. Met Ieper en Brugge sloot Jacob van Artevelde dan een verbond en hij voerde een neutraliteitspolitiek in het Engels/Franse conflict.

Het gevolg daarvan was dat Edward III als koning van Engeland zelf op 26 januari 1340 naar Gent kwam om zich als suzerein te laten erkennen. Het is dan ook niet toevallig dat zijn zoon Jan van Gent geboren werd te Gent in maart 1340.

Filps van Artevelde keerde na een vlucht naar Engeland terug naar Gent in 1360. Hij werd in de opvolging van zijn vader als opperhoofdman aanvaard en ook aangesteld.

Reeds in 1349 wist graaf Lodewijk van Male, met de steun van de poorters, de kleine ambachten en de volders, de heerschappij van de wevers te breken.

De Gentse opstand

In 1379 brak de Gentse opstand uit tegen deze Lodewijk van Male, graaf van Vlaanderen, maar ook tegen de zusterstad Brugge. De reden dient gezocht te worden in het feit dat het domein van de familie van Male gelegen was op 3 km van Brugge in wat vandaag Sint-Kruis wordt genoemd.

gent

De Gentenaars waren helemaal niet opgezet met de Franstalige graaf want deze had aan de Bruggelingen de toelating gegeven om een kanaal te graven om zo een verbinding te maken met de Leie in Deinze. Hierdoor omzeilde hij mogelijke invloeden van de Gentenaars die een sleutelpositie bezaten.

De Gentse kaproenen (de stoottroepen van de wevers van Gent en het hoofddeksel in het familiewapen van de familie van Artevelde als symbool opgenomen) hebben de werken in Hansbeke dan ook in 1379 volledig vernietigd.

De Gentse opstand was dus duidelijk tegen de graaf van Vlaanderen maar ook tegen de Franse koning Karel IV gericht.

Beperkt te vermelden is dat toen op dat ogenblik Jan van Gent een korte tijd voogd van Engeland is geweest in vervanging van zijn seniele vader Edward III.

Het is dan ook vanzelfsprekend dat de wevers opnieuw veel goeds verwachtten van hun Engelse relatie voornamelijk voor het leveren van wol, reden waarom zij zich aansloten met afbeeldingen en vaandels bij de Engelse kroon. Zoals de geschiedenis later aantoonde was dit echter een misrekening.

De Gentse opstand in Brugge

Er is zeer veel geschreven over “Moord en politiek tijdens de Gentse opstand” Een relevante scène situeert een moord onder een Engelse vlag op de heer van Herzele (Arsele?). Deze was namelijk ontstemd door het plaatsen van de legerstandaard van de Engelse koning midden op de Vrijdagsmarkt. Als reactie werd hij neergeslagen met het wapenschild en op brutale wijze omgebracht door de Gentse gemeenschap.

Deze Gentse opstand bereikte een hoogtepunt in Brugge op 30mei 1380. wanneer de ambachten van de vleeshouwers, de visverkopers, de makelaars en de pelsbewerkers, samen met het vaandel van de graaf van Vlaanderen in de hand, de opstandige wevers en de Gentenaars versloegen om het graafbevriende regime te herstellen (Chron. Commit. Flandre.). Het is dan ook overduidelijk dat de 3 klauwen op de mouwen van de Gentse strijders zeker niet kunnen verwijzen naar de leeuw op het wapenschild van de graaf van Vlaanderen maar wel naar de leeuwen op het wapenschild van de Engelse koning.

We vinden dit volledig weergegeven in het hierna volgend artikel dat zonder aanpassingen volledig werd overgenomen in het Latijn. De vrije vertaling, we zijn latinisten van jaren terug, werd uitgewerkt door Julius waarvoor onze welgemeende dank.


Corpus Chronicum Flandriae T I
J.J.S DE Smet MDCCCXXXVII

P236 237
Anno sequenti MCCCLXXX, die decima tertia Maii, venerunt Gandenses Brugis cum magna multitudine , et iverunt ad forum diei Veneris , quod tanquam castrum forte tenuerunt.

In het jaar 1380, de derde tiende (de dertigste) van mei, kwamen de gentenaars met een grote menigte naar Brugge en ze gingen naar de vrijdagsmarkt (de markt van de dag van Venus=vrijdag) en ze hielden de markt stevig in handen als een militaire post (of citadel of militaire vestiging).

Brugenses vero congregaverunt se ad forum villae;et macellariis, pisicatoribus, civibus, grauwerkers, cortariis, makelaers, qui juxta forum villae commorabantur 1 congregatis, cum vexillo principis iverunt ad forum diei Veneris clamantes : ” Vlaendren ende Leeuwe. ” Gandenses vero clamabant: ” Edele clauwaerts slaet doot de Lelyaerts. “.

De Bruggelingen kwamen echter bijeen op het centrale (openbare) plein van de stad (de burcht?) en bleven daar tot de slagers, de vishandelaars, de vrije mannen (de burgers), de grauwerkers, de cortariis (?? en de makelaers allen verzameld waren en dan trokken ze, onder (de aanvoering) van de vlag (de legerstandaard) van de graaf (principis=overste = graaf ?) onder het roepen “Vlaanderen en de leeuw”naar de vrijdagsmarkt. De Gentenaars echter riepen “edele clauwaerts, slaat dood de Lelyaerts”.

Hic nota quod Joanes Hyoens, capitaneus Gandensium, dedit liberatam 1 seu liberturam vernaculis suis cum sequentibus manicam albam in sinistra, insertam peditum leonum nigris.

De (gentenaars gebruikten) dit merkteken (=deze aanduiding), omdat Jan Hyoens, de kapitein van de Gentenaars langs de linkerkant een witte mouw, bedekt met het zwart van leeuwen die op hun poten lopen (te voetgaaande leeuwen, leeuwen die te voet zijn; in tegenstelling met de leeuw van de graaf van Vlaanderen die op zijn twee achterste poten staat, lopen de leeuwen van de engelse koningen op hun vier poten).

Idcirco Gandenses clamaverunt : ” Och edel clauwaerts s1aet doot de Lelyaerts. ” Brugenses paulatim creverunt in per maximam multitudinem , et accedentes ad forum diei Veneris , partim ten B1eydelkine , partim ubi Bouverie, partim der W ulfarde poort, N oortsantstraete, partim ex parte sancti Salvatoris, et dicti Brugenses ex parte occidentali super Gandenses venientes ceperunt et coëgerunt eos vi retrocedere de foro, quia non potuerunt fugere. Et Brugenses super eos irruentes submerserunt et collum frangere praecipites fecerunt. Et sic Brugenses triumphaverunt de Gandensibus.Unde fuit proverbium et cantus puerorum :
Daarom riepen de Gentenaars ” Och edel clauwaerts s1aet doot de Lelyaert “.

De Bruggelingen groeiden stilaan aan tot een zeer grote menigte en ze naderden de Vrijdagmarkt vanuit verschillende richtingen, gedeeltelijk vanuit de Bleydelkine , gedeeltelijk vanwaar de Bouverie was, gedeeltelijk uit de Wulfarde poort, de Noordsandstraete, en ook een gedeelte uit de heilige Salvator kerk en de zingende Bruggelingen uit het uit het westelijk gedeelte (bij avondzon ?) liepen op de Gentenaars (overvielen de Gentenaars), omsingelden hen, sloten hen in en deden hen samentroepen op het plein (dreven hen samen op het plein) omdat zij niet konden vluchten. En de Bruggelingen storten zich op de Gentenaars (overmeesterden hen) sloegen hen neer zodat zij hun nek braken bij het voorover vallen.En zo triomfeerden de Bruggelingen op de Gentenaars. En ten gevolge van deze gebeurtenis ontstond er een spreuk en een kinderlied:

Och Clauwaert, Clauwaert
Hoed U van den Lelyaert
Gaet gy niet t’huuswaert
Ghy laet er uwen tabbaert
Et prima die Junii, Gandenses …dat is dan een ander verhaal…

1 Cod.Brug. vernaculis sius,,qui


Ter bevestiging van het voorgaande werd door Julius juist voor het publiceren van dit artikel volgende gegevens toegezonden.

Akten der Hansetage van 1256-143 aanwezig in het stadsarchief te Brugge:

Nr 205 en 206 zijn brieven die door Hanse vertegenwoordiger uit Brugge geschreven zijn naar hun thuissteden; zij melden dat de gentenaars Brugge zijn binnen gevallen op de dinsdag na Sacramentsdag 1380 (dit is 29 mei 1380); de brief 206 van 31 mei meldt dat de aanval van de gentenaars afgeslagen is.
Zij vermelden ook expliciet dat de slag plaats heeft gehad op de vrijdagmarkt.


Vlaamse leeuw en de naam Clauwaert?

Uit deze documenten en na ontleding van de teksten blijkt dat de Vlaamse leeuw enkel en alleen bekeken kan worden als een symbool van de toenmalige graaf van Vlaanderen en dat er veel misvattingen ontstaan zijn omtrent dit deel van de geschiedenis, veroorzaakt door de romantische periode in de jaren 1800, voornamelijk in de verf gezet en geschiedkundig niet gesteund maar wel geromantiseerd door Hendrik Conscience.

Hieruit blijkt ook dat de zogenaamde Vlaamse leeuw een Franstalige leeuw was aangezien hij het wapenschild van de Franstalige graaf van Vlaanderen sierde.

Het enige element dat in deze ontleding nog ontbreekt, en waar wij verder nog naar zoeken zoeken, is de afbeelding van de drie klauwen op de mouwen van de Gentenaars. Het vinden daarvan zou deze exposé visueel vervolledigen In combinatie met de ontleding op deze site onder de vermelding “Geschiedkundige misvatting?” blijkt dat op dat ogenblik en wel op 13 mei 1380, de naam Clauwaert ontstaan is en niet, zoals verkeerdelijk werd aangenomen, tijdens de roemruchte Guldensporenslag. Er zijn nog andere verklaringen voor het ontstaan van de naam te vinden op onze website en de dialoog is hiermede geopend.


Aanvullende gegevens

In antwoord op een vraag gericht aan het Stadsarchief te Brugge, naar aanleiding van de juiste plaats van de slag, werd het volgende antwoord van mevrouw Marcella Vandebroek ontvangen

Wat betreft uw eerste vraag over een Brugs stadsplan van omstreeks 1380 moeten eigenlijk negatief antwoorden. Er bestaan echter wel reconstructies van oude plannen. Alle bekende plannen van de stad werden door M. Ryckaert opgenomen in zijn boek Brugge. Historische stedenatlas van België., Brussel 1991

’t Zand vormt samen met de Vrijdagmarkt één uitgestrekt plein dat overeenkomstig zijn natuur het Zand en in het Latijn arenae werd geheten. Galbertus van Brugge, de kroniekschrijver van graaf Karel de Goede maakt reeds gewag van ’t Zand in de eerste helft van de 12de eeuw, waar hij spreekt van apud Harenas.

De oude straatnamen die u verder vermeld vonden we terug in het overzicht van G. Dumon, De oude straatnamen van Brugge. Een handleiding. Brugge, 1996. De Wulfhagestraat bevindt zich momenteel tussen de Noordzandstraat en de Speelmansrei en werd reeds in 1288 en 1396 vermeld in het archief van St. Donaas. Verschillende schrijfwijzen: Korte Vulfhagenstraat, Wulftraegersstraet, Wulfaertstraat, Poortgragt. Of er in de buurt van deze straat ook een poort(gebouw) zou bestaan hebben, is niet te achterhalen.
De “Breydel”straat lag daar in die tijd ook in de buurt. De officële benaming toen was echter Haanstraat, (Haenestraet, Breydelstr (bachten ser Jan) Cuddeniestratkin). Dus de naam verwees eerder naar de “plaats achter het huis van Jan Breydel”. Deze vermelding dateert ook reeds van1391. Deze beide straten liggen op een 100 m verwijderd van het Zand.

De Boeveriestraat bevindt zich echter aan de andere zijde van ’t Zand. De Boverie was oorspronkelijk de benaming van een groot veld, dat zich uitstrekte van de Vrijdagmarkt tot op de deelgemeente Sint-Michiels. Boverie is dan in de loop der eeuwen verbasterd tot Boeverie. De oudste vermeldingen dateren van 1297, 1302, en 1305.
Deze laatste gegevens vonden we in De straatnamen van Brugge, van A. Schouteet, Brugge, 1977.

Tot zover de gewaarde toelichting die integraal en zonder aanpassing werd overgenomen.

Wij zoeken nog naar een plan uit die tijd om deze duidelijke beschrijving aanschouwelijk en visueel voor te brengen. Op het huidige stadsplan van Brugge zijn het merendeel van de aangehaalde straten en pleinen vandaag nog terug te vinden maar wij wachten op de positieve inbreng van de lezer om deze leegte in onze documentatie nog op te vullen.


Samenstelling en redactie

Deze staat werd opgetekend en uitgewerkt door Bob Clauwaert. Het is belangrijk te vermelden dat alle medewerkers van de Familievereniging Clauwaert, zonder uitzondering, hebben meegewerkt aan de opzoekingen en het uitwerken van deze samenvatting zodat dit werk niet aanzien mag worden als een prestatie van een enkeling. Het volstaat reeds te verwijzen naar andere onderdelen van deze site waar de e-mails van Julius betreffende dit en andere onderwerpen integraal werden weergegeven.

Zonder de inzet, het opzoekwerk en de raadgevingen van allen was het niet mogelijk geweest deze reconstructie, volledig gesteund op geschiedkundige gegevens, op te zetten.