De genealogie van de familienaam Clauwaert door de eeuwen tot op vandaag

organigram-simon

Lange tijd was deze Peter (1965) een groot vraagteken, een geboorte werd niet teruggevonden. De familie waar hij moest ingepast worden was niet bekend. Reden hiervoor is vermoedelijk de rumoerige tijd waarin hij geboren werd: rond 1665. Dit is de tijd van de heropflakkeringen van de oorlog Frankrijk – Spanje en opnieuw was het prijs in onze streken. In 1685 werd Meldert zwaar getroffen en vrijwel platgebrand met als gevolg dat het parochieregister dat de periode 1660 – 1685 dekt, verloren gegaan is.

Waarom het vermoeden dat hij in Meldert gedoopt is? Vrij eenvoudig, de Clauwaerts woonden en leefden in symbiose met de abdij van Affligem. De grens tussen Hekelgem en Meldert loopt dwars door de abdij, die een tweetal km van het centrum van beide gemeentes ligt.

 abdij

 Richting Meldert echter ligt op enige honderd meter de Nievel kapel. We vinden regelmatig huwelijken en dopen van Hekelgemnaren terug in deze kapel op grondgebied van Meldert.

Peter zijn moeder, Catharina ROBIJNS, stierf op 14-12-1666. Was dit bij zijn geboorte en was zijn doop een noodgeval?

Peter werd in dit gezin ingepast door zoek en paswerk met de peters en meters.

In de genealogie is zoiets alleen aanvaardbaar als men ook nog in een totaal andere bron een bevestiging vindt van deze feiten.

Dit werd gevonden in het testament van Elisabeth Robijns, de zuster van Catharina en huisvrouw van Guilliam Cornelis. In dit testament van 1684 noemt Elisabeth Michiel, Peeter en Maria Clauwaert “haere respective cosijnen en nichten, sullen deijlen hoop ghelijke”.

Van de oudste, Franciscus, is geen sprake meer, misschien jong gestorven?

Blijkbaar was deze Elisabeth zijn doopmeter, zijn moye, zoals blijkt uit het artikel in Eigen Schoon en de Brabander van de hand van Dom Verleyen, dat elders op deze site onder de titel “Uitspattingen in de Drij Koningen”.

Hieruit blijkt dat hij nadat hij op jonge leeftijd wees was geworden, hij door zijn oom en “moye” opgevangen was en in dit huisgezin verbleef. Dit hoogstwaarschijnlijk samen met de andere kinderen van Catharina.

Ten tijde van dit artikel was Pieter (1687) paardenknecht aan de abdij van Afflighem. Blijkbaar was zijn doopmeter terug hersteld van haar ziekte want we zijn nu drie jaar later en ze blijkt nog in leven.

Waarschijnlijk hielp Pieter reeds in de zaak toen zijn tante nog leefde en is hij de Clauwaert die in het huishoudboek van koster Andries Seghers voorkomt als kok en leverancier van “een coeye” die hij zelf bereidde voor het dodenmaal van de broer van Andries in 1686.

Na de dood van Elisabeth in 1688 heeft het er alle schijn van dat hij ofwel als zijn deel in de erfenis ofwel ingekocht uit deze erfenis, de afspanning “de drij koningen” verwerft.

Tevens wordt hij vanaf 1688 in de kerkrekeningen vermeld als huurder van het “kerken Eusselken”:

 huur-1688

 Item ontfanghen van pr clauwaert
van het kerk eusselken geleghen
in de bosstraet groot 89 roeden
commende ten 1e den dreve ten
2e t godshuijs van Afflighem
ten 3e ende 4e adriaen vanden
abbeel over den jaere verschreven
kerssemisse 1688 de somme van

In de kerkrekening van 1692 vinden we een voor de eerste maal de handtekens van de broers Michiel en Peeter terug:

 handteken

Handtekeningen van personen die blijkbaar geletterd waren.

In de kerkrekening van 1693-96 ( de rekeningen worden nu niet meer jaarlijks maar driejaarlijks opgemaakt) komt de vermelding:

 kegel

 Item betaelt aen peeter clauwaert

de somme van drij gulden t’sijnen
huyse verteert in het winnen
van eenen silveren keghel blijkt bij
quittantie dat … 21 Augustus 1700
alhier iii Rijksgulden

 en in de rekening van 1697-1700:

 Item betaelt aen peeter clauwaert over teringhe
gedaen bij de kerkmeesters in het omhaelen van de
kercke hoppe als teringhe gedaen in het winnen van
eenen silveren voghel ende eenen keghel 9 gulden 3
stuivers”.

 

Deze beide vermeldingen verwijzen naar de gewoonte dat de kerkmeesters na het omhalen van de hop, een gebruik dat reeds lang bestond (reeds in kerkrekening van 1567) en bestaan heeft tot de oorlog 1940-45, een “gelagh” betaalt kregen van de kerk. Meestal ging dit door in een herberg die door een kerkmeester gehouden werd.

We vinden dan ook zowel Peeter als zijn broer Michiel in 1696 terug als kerkmeester.

Dat hij tevens landbouwer was weten we uit de rente boeken van de Abdij van Affligem. Onder het fonds “Aelst” staat Peter ingeschreven met een totaal aan gehuurde gronden van 35 dagwand en 65 roeden (ong. 12 Ha).

In 1706 deed Joos De Deken, landmeter uit Asse, een opmeting van 3 stukken land op de Boekhout, aan “den Hooghen Pael”, twee stukken voor de kerk van Hekelgem, een stuk van 210R. “ten dele gevallen aen Pr Clauwaert”

Daarnaast huurde hij ook nog 3 dagwand 86 roeden van de H. Geestkamer van Hekelgem, land gelegen ook op “den Hoogen Pael” (verpachtinghe van de kerck en arme goeden, februari 1712). Peter De Keghel stond borg voor deze huur.

Het betreft hier meer dan waarschijnlijk de twee andere stukken van bovengenoemde meting.

Uit dezelfde verpachting komt nog de vermelding van een dagwand land “aen d’eeckens” op de “hekelgem cauter” waarvoor Pauwel De Vos borg stond. In dezelfde acte komt Peeter ook voor als “schepene”.

Dit eerste stuk ging na zijn dood over in de handen van zijn zoon Francis en nog eens 89 roeden aan de Bosstraat en de dreef naar Affligem die na zijn dood verder verhuurd werden aan zijn zoon Peeter die dan ook handtekent met Peeter Clauwaert fs Ps, filius Petruszoon, (pr staat voor peter, ps voor peterszoon).

Naast landbouwer-herbergier was hij ook schepene van het “land van Assche” zoals vermeld staat in een proces van de schepenbank van Affligem (1717)

Zijn moye was blijkbaar de introductie voor hem bij de betere kringen. In het artikel over de drij koningen komt reeds aan bod dat zij familie is van de proost van de abdij.

Peter is gehuwd met Joanna Cornelis, een familielid van zijn oom Guilliam Cornelis

Bij de doopgetuigen van zijn kinderen vinden we twee paters van de abdij: Dom Franciscus Conely en Dom Martinus Cornelis. Hoogst waarschijnlijk ook familieleden.

Vanaf dit niveau heeft men een duidelijke afscheiding van verschillende groepen binnen de stam Hekelgem. Van Peter Clauwaert stammen de groepen die in Hekelgem bleven maar grotendeels verdwenen zijn alsmede de wel succesvolle groep Antwerpen.

 

Zie ook: